De 100%-regel in het verkeer


Sjouk Bruinsma, 13 juli 2020


Stel dat uw kind van 10 jaar met de fiets plotseling zonder te kijken de weg oprijdt en in botsing komt met een auto die onmogelijk nog kan remmen. Gelukkig valt het achteraf mee. Behalve dat u en uw kind flink zijn geschrokken heeft uw kind een gebroken arm en wat blauwe plekken. De automobilist heeft, in een poging uit te wijken, een paaltje geraakt en als gevolg daarvan een deukje in de auto.


Wie is nu aansprakelijk voor de schade die als gevolg van het ongeluk is ontstaan? Heeft de automobilist gelijk als deze beweert dat het de eigen schuld van het kind was (niet uitkijken) en dat sprake was van overmacht (remmen was onmogelijk)?


De wet zegt het volgende

De eigenaar of bestuurder van een motorrijtuig (auto’s, bromfietsen, motoren) is aansprakelijk voor de schade die door het motorrijtuig is veroorzaakt ten opzichte van een ongemotoriseerde verkeersdeelnemer, zoals een voetganger of fietser. Dit staat in artikel 185 Wegenverkeerswet (hierna artikel 185 WVW). De eigenaar of bestuurder kan zich op overmacht beroepen, maar in de praktijk gaat de rechter er niet snel van uit dat sprake is van overmacht. Wanneer alleen motorrijtuigen (auto’s, bromfietsen, motoren) of alleen ongemotoriseerden (voetgangers, fietsers) bij het ongeval betrokken zijn, is artikel 185 WVW niet van toepassing. De Hoge Raad heeft artikel 185 WVW verder verduidelijkt in de rechtspraak.


Motivatie 100%-regel

De Hoge Raad heeft op basis van het artikel 185 WVW voor kinderen jonger dan 14 jaar een speciale regel, de 100%-regel, geformuleerd. Op grond van de 100% regel is de automobilist volledig aansprakelijk voor alle schade, indien een kind jonger is dan 14 jaar. Deze regel is dus niet in het wetboek terug te vinden. Volgens de Hoge Raad kunnen voor de 100%-regel de volgende argumenten worden aangedragen:

  1. Kinderen hebben door hun impulsiviteit en onberekenbaarheid van gemotoriseerd verkeer aanzienlijk meer gevaar te duchten dan volwassen voetgangers of fietsers.
  2. Het is de bedoeling van artikel 185 WVW om deze kinderen te beschermen tegen de extra risico’s die het gemotoriseerde verkeer voor hen meebrengt.
  3. Juist voor kinderen zijn de gevolgen van een aanrijding, in het bijzonder wanneer het om blijvend lichamelijk of geestelijk letsel gaat, uitzonderlijk ingrijpend.


Totstandkoming 100%-regel

De 100%-regel is het resultaat van een tweetal belangrijke arresten van de Hoge Raad waarvan het eerste betrekking heeft op de eigen schuld en het tweede op overmacht. Voor de bepaling van de eigen schuld is het volgende van belang:

  1. hoeveel schuld hebben slachtoffer en aansprakelijke persoon aan het ongeval en;
  2. wat zijn de omstandigheden van het geval.


Hoeveel schuld hebben slachtoffer en aansprakelijke persoon aan het ongeval, door wiens schuld is het ongeluk (in belangrijke mate) veroorzaakt.

Ingrid Kolkman, een meisje van bijna 14 jaar, steekt 's ochtends een voorrangsweg over, terwijl zij had moeten wachten, en wordt daarbij geschept door een bestelbusje. De Hoge Raad gaf in het arrest van Ingrid Kolkman een bijzondere regel met betrekking tot de eigen schuld van een ongemotoriseerde voetganger/fietser beneden de 14 jaar. Kinderen onder de 14 jaar kunnen niet voor onrechtmatige gedragingen aansprakelijk worden gesteld, dit volgt uit art. 6:164 Burgerlijk Wetboek. Indien een kind onder de 14 jaar eigen schuld heeft bij veroorzaakte schade kan dit niet aan het kind worden toegerekend, tenzij er sprake is van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid van het kind.


Bij opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid kan gedacht worden aan de door oudere kinderen gespeelde gevaarlijke spelletjes zoals het vlak voor naderend verkeer oversteken of aan het in de duisternis op de middenstreep van de weg gaan liggen. Bij opzet kan men ook aan zelfmoord denken, maar die zullen in deze leeftijdscategorie zeer schaars zijn.


Wat zijn de omstandigheden van het geval, geven deze omstandigheden aanleiding om een correctie op de eigen schuld toe te passen.

Marbeth van Uitregt (10 jaar oud) reed vanuit de uitrit van het woonhuis van haar vriendinnetje met haar fiets onverhoeds en zonder eerst naar rechts te kijken rechtsaf de Steenstraat op, waarmee zij een ernstige verkeersovertreding beging. Zij botste daarbij tegen de linker voorzijde van een auto. De Hoge Raad heeft in het arrest van Marbeth van Uitregt een specifieke regel geformuleerd met betrekking tot overmacht. Bij aanrijdingen tussen een motorrijtuig en een kind beneden de 14 jaar moet worden aangenomen dat fouten van het kind die hebben bijgedragen aan de aanrijding voor rekening komen van de bestuurder engeen overmacht voor de bestuurder opleveren. Ook hier geldt weer dat er geen sprake moet zijn van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid, maar dat komt in de praktijk maar zelden voor.


Concluderend kan worden gesteld dat op grond van deze twee arresten de automobilist die een kind aanrijdt op basis van de 100%-regel van de Hoge Raad volledig aansprakelijk is voor alle schade, indien het kind jonger dan 14 jaar is.


Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen

Verder speelt op de achtergrond de verplichte Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen (WAM-dekking) een rol oftewel de verzekeraar moet de schade vergoeden. De Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen verplicht bezitters van een motorrijtuig om een verzekering af te sluiten die de schade, ontstaan door dat motorrijtuig, aan verkeersslachtoffers moet vergoeden. Deze wet is ingevoerd op 1 januari 1965 en speelt dus al ruim een halve eeuw een belangrijke rol bij verkeersongevallen waar een motorrijtuig bij is betrokken. Het doel van deze wet is om de belangen te beschermen van slachtoffers die betrokken zijn bij een verkeersongeval met een motorrijtuig. Wanneer iemand een verkeersongeluk heeft gehad, kan deze zijn schade namelijk rechtstreeks vorderen bij de WAM-verzekeraar van de bezitter van het motorrijtuig.